
woensdag 7 april 2010
vandaag in sepia - agostinho

Joaquim Agostinho (Torres Vedras, 7 april 1943 - Lissabon, 10 mei 1984) was een Portugees wielrenner en geldt als een van de beste Portugese profwielrenners aller tijden. Hij werd ontdekt door Jean de Gribaldy en nam veertien keer deel aan de Ronde van Frankrijk en eindigde daarvan acht keer in de top-tien van het klassement. Daarnaast won Agostinho vijf etappes in de Tour, waaronder die naar Alpe d'Huez. Ook in de Ronde van Spanje boekte hij overwinningen.
Agostinho overleed nadat hij op 30 april 1984 in de Ronde van de Algarve zwaar ten val was gekomen na aanrijding met een hond en een schedelbasisfractuur opliep. Hij droeg geen fietshelm. Toch reed hij de rit uit. Aan de finish besefte hij dat hij dringend medische hulp nodig had. Er was geen helikopter voorhanden zodat hij een urenlange rit van 400 km naar het ziekenhuis moest maken, waar hij werd geopereerd, maar tevergeefs. Op 10 mei 1984 overleed Agostinho in het ziekenhuis.
---
Agostinho
hoe vertaal je
een spreekwoord
naar het Portugees
als er geen paarden zijn
in de Algarve & je het
met een hond moet doen
het zullen jouw zorgen
niet meer zijn Joaquim
maar hoofdbrekens
hadden jullie daar
al een woord voor
---
dinsdag 6 april 2010
dagnotities 06 april 2010
ik heb vannacht
haar stem betast
bushok bloed & duizend doden
maar sterven
doe je in het gras
ter decoratie langs waterkant
hoogstens een jas
een verfrommeld gedicht
in binnnezak gestoken
----
haar stem betast
bushok bloed & duizend doden
maar sterven
doe je in het gras
ter decoratie langs waterkant
hoogstens een jas
een verfrommeld gedicht
in binnnezak gestoken
----
maandag 5 april 2010
dagnotities 05 april 2010
---
ik lees mezelf archipel
& zie
minaretten in de congo
moslims in een plaggenhut
zo heeft ie het mogelijk
nooit bedoeld - maar waar ik
ooit op karpers viste herinnert
vader zich enkel nog een snoek
---
ik lees mezelf archipel
& zie
minaretten in de congo
moslims in een plaggenhut
zo heeft ie het mogelijk
nooit bedoeld - maar waar ik
ooit op karpers viste herinnert
vader zich enkel nog een snoek
---
vandaag in sepia - 5 april 1722 - Roggeveen ontdekt paaseiland

Jacob Roggeveen (januari 1659- 31 januari 1729) was een Nederlandse ontdekkingsreiziger die werd uitgezonden het Zuidland te vinden, maar toevallig Paaseiland ontdekte.
Zijn vader, Arent Roggeveen, was een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart. Hij hield zich bezig met onderzoek naar het Zuidland, en kreeg zelfs een octrooi van de West Indische Compagnie voor een ontdekkingstocht, maar het was zijn zoon die op 62-jarige leeftijd uiteindelijk drie schepen uitrustte en de reis maakte toen hij de financiën rond had.
Voordat hij aan zijn expeditie begon had hij al een veelbewogen leven. Hij werd notaris van Middelburg op 30 maart 1683. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk, en werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia.
In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg. Hier raakte hij in opspraak doordat hij de vrijzinnige predikant Pontiaan van Hattem ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet De val van 's werelds afgod. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg, en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand. Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten. Hierna vestigde hij zich in Arnemuiden, en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw controversie creëerde.
In augustus 1721 vertrok hij op zijn expeditie, in dienst van de West-Indische Compagnie, om het Zuidland te zoeken. Hij voer rond Kaap Hoorn de Grote Oceaan op. Hij bezocht de Juan Fernandez eilanden en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland. Via de Tuamotu-Archipel, de Genootschapseilanden en Samoa voer hij naar Batavia (het huidige Jakarta). Daar werd hij gevangengenomen omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken, maar de VOC werd later gedwongen hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning hun gage te betalen. In 1723 kwam Roggeveen in Nederland terug. Na zijn terugkeer publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod.
Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar heeft uit beide huwelijken geen kinderen gekregen.
De roman Zuidland van P.F. Thomése vertelt het levensverhaal van Roggeveen.
Zijn vader, Arent Roggeveen, was een wiskundige met veel kennis van ook sterrenkunde, aardrijkskunde en de theorie van de zeevaart. Hij hield zich bezig met onderzoek naar het Zuidland, en kreeg zelfs een octrooi van de West Indische Compagnie voor een ontdekkingstocht, maar het was zijn zoon die op 62-jarige leeftijd uiteindelijk drie schepen uitrustte en de reis maakte toen hij de financiën rond had.
Voordat hij aan zijn expeditie begon had hij al een veelbewogen leven. Hij werd notaris van Middelburg op 30 maart 1683. Op 12 augustus 1690 promoveerde hij tot doctor in de rechten aan de Universiteit van Harderwijk, en werkte tussen 1707 en 1714 als Raadsheer van Justitie te Batavia.
In 1715 kwam hij weer terug naar Middelburg. Hier raakte hij in opspraak doordat hij de vrijzinnige predikant Pontiaan van Hattem ondersteunde door het uitbrengen van diens pamflet De val van 's werelds afgod. Het eerste deel verscheen in 1718 in Middelburg, en werd vervolgens in beslag genomen door het stadsbestuur en in het openbaar verbrand. Roggeveen moest hierna Middelburg, en later ook Vlissingen, verlaten. Hierna vestigde hij zich in Arnemuiden, en bracht deel 2 en 3 uit van de serie, waardoor hij opnieuw controversie creëerde.
In augustus 1721 vertrok hij op zijn expeditie, in dienst van de West-Indische Compagnie, om het Zuidland te zoeken. Hij voer rond Kaap Hoorn de Grote Oceaan op. Hij bezocht de Juan Fernandez eilanden en op 5 april 1722 (paaszondag) ontdekte hij Paaseiland. Via de Tuamotu-Archipel, de Genootschapseilanden en Samoa voer hij naar Batavia (het huidige Jakarta). Daar werd hij gevangengenomen omdat hij het monopolie van de VOC zou hebben doorbroken, maar de VOC werd later gedwongen hem vrij te laten, zijn schade te vergoeden en zijn bemanning hun gage te betalen. In 1723 kwam Roggeveen in Nederland terug. Na zijn terugkeer publiceerde Roggeveen deel 4 van 's Werelds afgod.
Jacob Roggeveen is twee keer gehuwd geweest, maar heeft uit beide huwelijken geen kinderen gekregen.
De roman Zuidland van P.F. Thomése vertelt het levensverhaal van Roggeveen.
(Wikipedia)
Een filmpje over roggeveen treft men hier (met dank aan hatsiekiedee tv.)
zondag 4 april 2010
dagnotities 04 april 2010
---
voeten
zweven naakt
tot taal
ik kijk
geen grachtenpand
meer aan vandaag
kinderhoofdjes knikken
& tussen lippen
groeit het mos
---
voeten
zweven naakt
tot taal
ik kijk
geen grachtenpand
meer aan vandaag
kinderhoofdjes knikken
& tussen lippen
groeit het mos
---
zaterdag 3 april 2010
& nu wei
Eerste voorronde Poetry Slam Eindhoven 2010

vrijdag 16 april - aanvang 20.00u in cultureel initiatief Wei - mathildelaan 3
De eerste voorronde van de Poetry Slam Eindhoven. Hierin nemen Martin Beversluis, Maaike Haneveld, Jürgen Smit en Amber-Helena Reisig het tegen elkaar op met als doel: een plek in de finale eind dit jaar. De Poetry Slam wordt georganiseerd i.s.m. dichter ACG Vianen.
vandaag in sepia - Georges Lemaire
Georges Lemaire (Pepinster, 3 april 1905 - Ukkel, 29 september 1933) was een Belgisch wielrenner, die in 1930 beroeps werd.
In 1929 werd hij Belgisch kampioen op de weg voor onafhankelijken, en in 1932 eveneens nationaal kampioen, nu voor beroepsrenners.
In 1933 droeg hij twee dagen de gele trui in de Tour en werd 4e in het eindklassement. In september van dat jaar maakte Lemaire een val tijdens de Belgische clubkampioenschappen op de weg tussen Brussel en Leuven, waarbij hij een schedelbreuk opliep waaraan hij enige dagen later zou bezwijken.
vrijdag 2 april 2010
dagnotities 2 april 2010
moshe dayan
piraat op het droge / de wereld verandert / zienderogen / & maagden dromen zich / een zelfmoordterrorist / nummer zeshonderdvierenveertig / is overigens incl. verzendkosten
---
vandaag / liep ik door de stad / met het idee / een gedicht te schriiven / over de tram - lijn één - lijn vier - lijn negen
in alles teveel
maar datzelfde / geldt voor zwervers voor gevelstenen / & ergens / ook voor jou
---
piraat op het droge / de wereld verandert / zienderogen / & maagden dromen zich / een zelfmoordterrorist / nummer zeshonderdvierenveertig / is overigens incl. verzendkosten
---
vandaag / liep ik door de stad / met het idee / een gedicht te schriiven / over de tram - lijn één - lijn vier - lijn negen
in alles teveel
maar datzelfde / geldt voor zwervers voor gevelstenen / & ergens / ook voor jou
---
donderdag 1 april 2010
vandaag in sepia - Arnold Aletrino

Arnold Aletrino (Amsterdam, 1 april 1858 - Chernex sur Montreux, 17 januari 1916), ook wel bekend als Aäron Aletrino, was een Nederlands schrijver van Sefardische afkomst.
Als student medicijnen in Amsterdam kwam hij in aanraking met de Tachtigers, Kloos, Van Deyssel, Van Eeden en anderen. Hij werd medewerker van De Nieuwe Gids en was van 1910-1912 redacteur van het tijdschrift. Hij studeerde af in 1886 en promoveerde in 1889; hij werd gemeentearts en arts van de brandweer in Amsterdam, en kwam zodoende in aanraking met de armste lagen van de bevolking. In 1891 trouwde hij met Rachel Mendes da Costa, die in 1897 zelfmoord pleegde. Een jaar later trouwde hij met Emilie Julia van Stockum.
In zijn laatste levensjaren was Aletrino ziek en raakte hij als gevolgd daarvan verslaafd aan morfine. Met zijn vrouw verhuisde hij naar Zwitserland, waar hij in 1916 overleed.
In 1899 kreeg hij een universitaire aanstelling als lector in de criminele antropologie. Door zijn praktische ervaring, studies en voordrachten verrichtte hij baanbrekend werk op medisch-sociaal gebied. Hij was een van de vroegste pleitbezorgers van de homoseksualiteit en stak zijn nek uit voor die verachte groepering in de samenleving op een congres in 1902. Aletrino werd geëerd als een bekwaam en humanitair wetenschapper. In 1903 bezocht hij met Magnus Hirschfeld in Berlijn een aantal locaties waar homoseksuelen voorkwamen; daarvan deed hij verslag in zijn brochure Hermaphrodisie en uranisme (1908).
Hij was goed bevriend met de jeugdige schrijver Jacob Israël de Haan, maar die maakte schromelijk misbruik van zijn positie door Aletrino als min of meer herkenbaar personage op te voeren in zijn debuutroman Pijpelijntjes, en tevens het boek aan hem op te dragen. Aletrino en de vrouw van De Haan, Johanna de Haan-van Maarseveen, voelden zich gedwongen de hele oplage van dat boek op te kopen (en het daarmee tot een van de allerzeldzaamste literaire werken van de Nederlandse literatuur te maken!). De Haan werkte het boek vervolgens in luttele maanden om tot een geheel andere roman.
Aletrino was een schrijver van bij uitstek sombere literatuur. Hij werd geïnspireerd door het Franse naturalisme en vond stof in zijn deprimerende artsenpraktijk. Anderzijds schreef hij onder het pseudoniem P.A. Saaije Az. de voorrede van Frederik van Eedens ironische gedicht Grassprietjes.
Als student medicijnen in Amsterdam kwam hij in aanraking met de Tachtigers, Kloos, Van Deyssel, Van Eeden en anderen. Hij werd medewerker van De Nieuwe Gids en was van 1910-1912 redacteur van het tijdschrift. Hij studeerde af in 1886 en promoveerde in 1889; hij werd gemeentearts en arts van de brandweer in Amsterdam, en kwam zodoende in aanraking met de armste lagen van de bevolking. In 1891 trouwde hij met Rachel Mendes da Costa, die in 1897 zelfmoord pleegde. Een jaar later trouwde hij met Emilie Julia van Stockum.
In zijn laatste levensjaren was Aletrino ziek en raakte hij als gevolgd daarvan verslaafd aan morfine. Met zijn vrouw verhuisde hij naar Zwitserland, waar hij in 1916 overleed.
In 1899 kreeg hij een universitaire aanstelling als lector in de criminele antropologie. Door zijn praktische ervaring, studies en voordrachten verrichtte hij baanbrekend werk op medisch-sociaal gebied. Hij was een van de vroegste pleitbezorgers van de homoseksualiteit en stak zijn nek uit voor die verachte groepering in de samenleving op een congres in 1902. Aletrino werd geëerd als een bekwaam en humanitair wetenschapper. In 1903 bezocht hij met Magnus Hirschfeld in Berlijn een aantal locaties waar homoseksuelen voorkwamen; daarvan deed hij verslag in zijn brochure Hermaphrodisie en uranisme (1908).
Hij was goed bevriend met de jeugdige schrijver Jacob Israël de Haan, maar die maakte schromelijk misbruik van zijn positie door Aletrino als min of meer herkenbaar personage op te voeren in zijn debuutroman Pijpelijntjes, en tevens het boek aan hem op te dragen. Aletrino en de vrouw van De Haan, Johanna de Haan-van Maarseveen, voelden zich gedwongen de hele oplage van dat boek op te kopen (en het daarmee tot een van de allerzeldzaamste literaire werken van de Nederlandse literatuur te maken!). De Haan werkte het boek vervolgens in luttele maanden om tot een geheel andere roman.
Aletrino was een schrijver van bij uitstek sombere literatuur. Hij werd geïnspireerd door het Franse naturalisme en vond stof in zijn deprimerende artsenpraktijk. Anderzijds schreef hij onder het pseudoniem P.A. Saaije Az. de voorrede van Frederik van Eedens ironische gedicht Grassprietjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)












