dinsdag 10 april 2012

...



vanaf de watertoren
had je zonder twijfel
het beste uitzicht
op de kibboets

niet dat de werkelijkheid
er opeens
zoveel mooier op werd

maar de afstand
had iets geruststellends

zoals meisjes in de verte

zaterdag 7 april 2012

flarfgedichten van dis in indonesië 1 - 3

I

er voeren schepen
door mijn jongensdromen

van eiland naar eiland
waar ik dan postzegels van verzamelde

van paradijsvogels
tot interneringskampen

& al ziek werd
op de pont


II

een boot
is een eiland
van verveling

van huid & botten

moeder klaagde
er al over

maar het is zondagochtend

& het schip
laten we beter
aan de bemanning


III

in deze stad fietste mijn vader

langs het oranjehotel - de begraafplaats
waar de deftige theeplanters lagen
onder sierlijk marmer & kogels
die je om de oren vlogen

maar ik
volg een ander spoor

want helden
bestaan niet

het is allemaal angst

vrijdag 24 februari 2012

uit het schetsboek geklapt

poëzienotities - george kettmann jr



Vanmorgen even op de boekenmarkt in het plaatselijke winkelcentrum wezen kijken, en zoals gewoonlijk weer met een klein stapeltje huiswaarts gekeerd, waaronder het hierboven afgebeelde boekwerkje over het leven en werk van George Kettmann Jr uit 1987.

George Wilhelm Kettmann, werd geboren op 12 december 1898 te Amsterdam en overleed op 10 februari 1970 te Roosendaal.

Kettmann werkte tot 1931 in de handelsfirma van zijn vader. Tijdens zijn militaire diensttijd debuteerde hij in 1918 met gedichten in Het Getij.

In 1928 verscheen zijn debuutroman De glanzende draad der goden bij de Wereldbibliotheek

Tot ongeveer 1932 wordt het werk van Kettmann gekenmerkt door de thematiek van de kunstenaar in een verburgerlijkte samenleving, waarin hij lijkt te zijn beinvloed door Oswald Spenglers cultuurpessimistische visie in Der Untergang des Abendlandes.

Vanaf 1932 komt Kettmann in nationaal-socialistisch vaarwater terecht en kiest hij voor een fascistisch daadkrachtig beleid. In zijn roman De oceaanvlucht van een olie-man (1933) geeft hij onder andere reeeds blijk van zijn nieuw verworven idealen.

Kettmann treedt in dienst van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) en wordt journalist bij het fascistische weekblad Volk en Vaderland. Hij richt tevens een nationaal-socialistische uitgeverij op: De Amsterdamsche Keurkamer.

Opnieuw gaat Kettmann poëzie schrijven, nu veel strijdbare poëzie waarin hij de ideeën van de NSB uitdraagt. Nog voor de oorlog verschijnen De jonge leeuw (1935) en Het erf aan zee (1938) en tijdens de tweede wereldoorlog Jong groen om de helm (1942) en Bloed in de sneeuw (1943). In 1944 verschijnt ook nog de novelle De verdrevene.

In 1942 had hij zich aangemeld bij de Nederlandsche SS en nog diezelfde zomer werd hij hoofdredacteur van het virulent antisemitische weekblad De Misthoorn.

Zijn radicale opvattingen brachten hem in conflict met Mussert en enkele maanden later werd hij geroyeerd als lid van de NSB. De rest van de oorlog bracht hij als ss-oorlogsverslaggever aan het Oostfront door.

Na de Tweede Wereldoorlog vluchtte Kettmann naar België, waar hij onder de naam Jan Warnsinck een nieuw leven trachtte te beginnen, maar in 1948 werd hij uitgeleverd aan Nederland en veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Tevens kreeg hij een publicatieverbod van tien jaar opgelegd.

In 1955 werd hij in vrijheid gesteld en al in 1956 verscheen zijn eerste naoorlogse publicatie De ballade van de dode Viking, een omvangrijk gedicht met onmiskenbare verwijzingen naar het nationaal-socialistische gedachtegoed. Ook uit zijn latere publicaties, zoals de dichtbundel Man vrouw kind (1969), bleek dat hij zijn oude idealen niet kon prijsgeven. De laatste jaren van zijn leven werkte Kettmann als corrector bij een Utrechtse drukkerij.

Onder het pseudoniem Jan van de Wolk vertaalde hij romans uit het Engels, Frans en Duits. In 1999 werden de nagelaten geschriften van George Kettmann door W. Huberts uitgegeven onder de titel Leven in tweespalt. Louis Ferron schreef er een inleiding bij.

Bronnen : dbnl & Zwaard van de geest: het bruine boek in Nederland 1921-1945 door Gerard Groeneveld

Over het feit dat Kettmann's werk na de oorlog zo goed als doodgezwegen is, hoeft niemand echt rauwig te zijn - zijn werk getuigd immers niet van een al te groot talent, maar vanuit historisch oogpunt blijft het echter wel degelijk interessant.

Voor het openen van een pdf bestand van zijn bundel Jong groen om olen helm : klikt men hier

donderdag 23 februari 2012

uit het schetsboek geklapt

poëzienotities - met de handen in het vuur

Vaak spreek ik mensen die er heilig van overtuigd zijn, dat ze zich nooit neer zouden leggen bij de wil van de Duitse bezetter. Anno 2012 knik ik beamend, voor wat het waard is. Want ergens blijft hetzelfde stemmetje door mijn hoofd spoken "ik zou er mijn handen maar niet voor in het vuur steken.

In maart 1943 stapten twee jongemannen binnen bij de Meldungsstelle van het SS- Ersatzkommando in Amsterdam. De één meldde zich als vrijwilliger, de ander bedacht zich op het laatste moment en ging weer naar huis. Ze waren allebei niet bijster politiek onderlegd – fascisme stond voor zoiets als avontuur – maar hun impulsieve beslissingen hadden verstrekkende gevolgen. De doorzetter van de twee, Johan Wilhelm van der Zant (later bekend geworden als de dichter Hans Andreus), diende zowel in Joegoslavië als aan het Oostfront en had na 1945 een hoop uit te leggen. Zijn vriend Bertus Swaanswijk (Lucebert) nam op het cruciale moment wel de juiste beslissing en wist het stigma van collaborateur te ontlopen.

Er zijn aanwijzingen dat Andreus hiertoe zou zijn overgegaan onder druk van zijn grootouders die lid waren van de NSB, maar dit blijft vooralsnog bij een aanname.

Of Andreus werkelijk bij gevechtshandelingen betrokken is geweest, in Kroatië of in de buurt van Leningrad, is onduidelijk. Hijzelf beweerde dat hij al gauw ongeschikt werd bevonden en alleen als koksmaatje heeft gefungeerd. Wel moet hij gewond zijn geraakt; in zijn gezicht zaten zwarte vlekjes als gevolg van granaatscherven. Na een jaar werd Andreus uit de Waffen-SS ontslagen met als argument dat hij op oneerlijke wijze tot dienst nemen was geprest.

Zijn ouders en enkele anderen hadden zich voor hem ingezet, echter zonder de rol van zijn grootouders te noemen.Veel blijft dan ook duister in deze zaak.

Na de oorlog moet Andreus nog terechtstaan, maar hij krijgt dan een officiële schriftelijke verklaring die hem van alle blaam zuivert en waarin staat dat hij onvrijwillig in dienst is gegaan. Maar het schuldgevoel bleef desondanks knagen.

donderdag 9 februari 2012

Stille getuigen

In het voorjaar van 1993 trof de Amsterdamse fotohistoricus Martin Harlaar in een zijkamertje van het fotografisch atelier op het hoofdbureau van politie in Amsterdam enkele honderden doosjes aan met in totaal circa zevenduizend glasnegatieven en lantaarnplaatjes. De foto's stamden merendeels uit de jaren dertig en veertig en vormden het min of meer vergeten historische archief van de Amsterdamse politie.

In een periode van vijf jaar heeft Harlaar samen met drie collega's het archief geinventariseerd, met als resultaat het boek Stille Getuigen (1998). Het boek bevat honderd foto's - van voertuigen, gebouwen en personeel van de politie, van verkeersongelukken, branden en van plekken waar een inbraak of misdrijf is gepleegd. Ook bevat het enkele onderzoeksfoto's van roemruchte moorden zoals die op Sara Beugeltas in 1934.


Op 27 augustus 1934 werd Sara Beugeltas (1926) vermist. Ze had met een vriendinnetje gespeeld op het Waterlooplein en was nadien in een pakhuis binnengegaan en nooit meer buitengekomen. Een dag later vond de Amsterdamse politie het levenloze lichaam van het seksueel misbruikte en gewurgde kind op de vliering van een bananenloods aan het Waterlooplein. De zaak sprak enorm tot de verbeelding van de Amsterdamse bevolking en leidde tot grote massahysterie. De dader was Emanuel Polak, een 21-jarige pakhuisknecht die eveneens van Joodse komaf was. Hij was al eerder in aanraking met het gerecht gekomen wegens kindermisbruik en zat in feite tijdens proefverlof toen hij deze tweede misdaad begin. De zaak leidde tot pleidooien in de pers waarin castratie van recidiverende geesteszieke lustmoordenaars werd bepleit, omdat Polak eerder tot tbr was veroordeeld.

Volgens het Algemeen Handelsblad van 28 augustus 1934 kwamen er die avond duizenden buurtbewoners op straat om de gearresteerde verdachte uit te jouwen. Verschillende politiemachten probeerden de volksmassa op een afstand te houden. Polak ontkende twee dagen lang iets met de misdaad te maken te hebben, maar bekende uiteindelijk op 30 augustus. Sara Beugeltas werd onder massale belangstelling begraven. Polak werd tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Hij stierf in 1964 in de Van der Hoevenkliniek in Utrecht. (wikipedia)

In 1995 schrijft Koos van Weringh een boek over deze zaak.


Vermoedelijke moord en zelfmoord aan de Keizersgracht maart 1943.


Sporen van een slagaderlijke bloeding, Tweede Van Swindenstraat Augustus 1927.

zaterdag 4 februari 2012



Mischa Hillesum (1920-1943), broer van dagboekschrijfster Etty Hillesum, wordt in zijn tijd beschouwd als het grootste pianotalent dat Nederland in lange tijd heeft gekend. Onder andere de dirigent van het Concertgebouworkest, Willem Mengelberg, roemt zijn spel. Enerzijds begaafd, anderzijds balancerend op de rand van krankzinnigheid, verovert Mischa Hillesum de harten van zijn publiek.

Wanneer de familie Hillesum op transport dreigt te worden gezet, bemoeien Mengelberg en de directeur van het conservatorium, Willem Andriessen, zich met de zaak. Zij schrijven de bezetter een verzoekschrift om het pianotalent voor Nederland te behouden. Maar Mischa weigert zijn familie alleen te laten. De Hillesums worden afgevoerd en geen van de familieleden overleeft de oorlog.

Jan Willem Regenhardt schreef de biografie van Mischa Hillesum. Bij het boek, verscheen ook een cd met de opnames die pianiste Marianne Boer van Mischa's composities maakte.

AVRO Klassiek maakte een reportage over het leven van de jonge musicus. Biograaf Regenhardt, musicologen Jet Schouten en Leo Samama en pianiste Marianne Boer komen aan het woord en schetsen zo een beeld van het betoverende talent van Mischa Hillesum.

maandag 30 januari 2012

Robert Frost & het vrije vers


Op 30 januari 1956 werd Robert Frost door een journalist van Newsweek gevraagd naar zijn mening over het vrije vers. Frost moet de man even vertwijfeld aangekeken hebben om vervolgens te antwoorden "Writing free verse is like playing tennis with the net down."

vrijdag 27 januari 2012

the dodo and his kindred (1848)


Natuurlijk blijft het mijn streven om de interessante boekwerken gewoon in de kast te hebben staan, maar goed ik ben Boudewijn Büch niet - dus voor werken als Stricklands The dodo and his kindred (1848) wijk ik gaarne uit naar sites als internet archive - een aanrader wat mij betreft.

dinsdag 24 januari 2012

Gastdichter : René Char



volgens wikipedia:

René Char (L'Isle-sur-la-Sorgue, Vaucluse, 14 juni 1907 – Parijs, 19 februari 1988) was een Frans schrijver en dichter.

Char bezocht het lyceum in Avignon en later de handelsschool in Marseille. De grote eruditie en kennis van de filosofie, om welke hij later bekend stond, dankte hij voornamelijk aan zelfstudie.

Char publiceerde in 1929 zijn eerste poëziebundel en werd in zijn beginjaren aangemoedigd door Paul Éluard. Hij trok naar Parijs, waar hij onder meer André Breton en Louis Aragon leerde kennen. In 1934 vestigde hij zijn naam met de Le marteau sans maître, een van de belangrijkste dichtbundels voortgekomen uit het surrealisme van de periode 1929-1934. Uit de bundel spreekt een samenballing van krachten die ook zijn latere werk zal kenmerken. Invloeden van Nietzsche zijn herkenbaar, maar wel steeds vanuit een originele eigen visie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voegt Char zich bij het Franse verzet. Uit die tijd stamt de bundel Seuls demeurent en het sterk geconcentreerde, aforistische dagboek Feuillets d’Hypnos. Kort na de oorlog publiceert hij zijn bekende bundel Fureur et mystère (1948), waarin een intense bewogenheid doorklinkt en het mysterie van de tederheid centraal staat.

In het latere werk van Char, met name vanaf de jaren zestig, klinkt steeds sterker de angst en de hoop van het tijdsgewricht door. Char schetst het spanningsveld tussen de onvermijdelijke neergang (zelfs angst voor het ‘einde der tijden’) en het onweerhoudbare menselijk streven naar het hogere. Ook schrijft Char steeds vaker over het wezen van het dichterschap zelf. Niettegenstaande de ernst en filosofische diepgang van zijn levensvisie en zijn compacte schrijfstijl, weet hij toch een zekere luciditeit in zijn werk te behouden, welke de toegankelijkheid zeer ten goede komt.


L’AMOUREUSE EN SECRET

Elle a mis le couvert et mené à la perfection ce à quoi son amour assis en face d’elle parlera bas tout à l’heure, en la dévisageant. Cette nourriture semblable à l’anche d’un hautbois.

Sous la table, ses chevilles nues caressent à présent la chaleur du bien-aimé, tandis que des voix qu’elle n’entend pas la complimentent. Le rayon de la lampe emmêle, tisse sa distraction sensuelle.

Un lit, très loin, sait-elle, patiente et tremble dan l’exil des draps odorants, comme un lac de montagne qui ne sera jamais abandonné.

***

SECRET LOVE

She has set the table, refined what her love, seated across, will speak softly of, looking deeply into her eyes. Food like an oboe’s reed.

Under the table’s cover now, her bare ankles stroke her lover’s warmth, while voices she does not hear sing her praises. The lamp’s stream of light tangles, weaves voluptuous daydreams.

She knows a bed – far, far away – waits patiently, trembling in exile of sheets fragrant with musk, like a mountain lake that will never be forsaken.

**

Leave-Taking Of The Wind

Fields of mimosa are bivouacked on the village hillside.
In the distance, at picking time,
you will have an extremely sweet-smelling encounter with a girl
whose arms have been occupied
the entire day with these fragile branches. Just like a lamp
whose halo of light is perfume,
she will leave, her back to the setting sun.

It would be a sacrilege to talk to her.

Little sandal brushing the grass, let her pass.
Perhaps you will be able to discern
the ghost
of the night's dampness on her lips.


hier treft u een franstalige docu over Char uit 1967

woensdag 18 januari 2012

briefhoofden

Kwam vandaag een blog tegen, getiteld letterheady , dat zoals de titel al enigszins verraad geheel gewijd is aan briefhoofden. Briefhoofden van de bekendere medemens wel te verstaan maar toch. Enkele voorbeelden:









Al lijken we de tijd van het brievenschrijven al lang en breed achter ons te hebben, werd ik toch overvallen door het gevoel niet geheel achter te kunnen blijven. Dus bij deze:

zaterdag 14 januari 2012

the bluebird


Charles Bukowski’s gedicht “the bluebird,” verscheen voor het eerst in The Last Night of the Earth Poems (1992)



the bluebird

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too tough for him,
I say, stay in there, I'm not going
to let anybody see
you.

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I pur whiskey on him and inhale
cigarette smoke
and the whores and the bartenders
and the grocery clerks
never know that
he's
in there.

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too tough for him,
I say,
stay down, do you want to mess
me up?
you want to screw up the
works?
you want to blow my book sales in
Europe?

there's a bluebird in my heart that
wants to get out
but I'm too clever, I only let him out
at night sometimes
when everybody's asleep.
I say, I know that you're there,
so don't be
sad.
then I put him back,
but he's singing a little
in there, I haven't quite let him
die
and we sleep together like
that
with our
secret pact
and it's nice enough to
make a man
weep, but I don't
weep, do
you?

vrijdag 13 januari 2012

13 januari 1921



Sinds kort ligt er weer een behoorlijke stapel met dagboeken in de woonkamer.

Ik heb een zwak voor dagboekschrijvers. Al was het enkel om het feit dat ik er zelf maar niet in blijk te slagen langere tijd achtereen mijn gedachten aan het papier toe te vertrouwen, op een zodanige wijze dat ik er achteraf ook nog eens met een tevreden gevoel in rond kan bladeren. Natuurlijk, ik kan aanheffen met het weer van die dag, zoals Frederik van Eeden gewoon was te doen, of minitieus mijn maaltijden beschrijven, om nog maar te zwijgen over de dagelijkse gemoedstoestanden. Maar je vraagt je af wie daar later op zit te wachten. En daar blijk ik niet alleen in te staan.

Zo noteerde Siegfried Sassoon op 13 januari 1921 in zijn dagboek:

"Rainy weather. Does the weather matter in a journal? Lunched alone; does that matter? (Grilled turbot and applepudding if you want full details.)"